Home > WW II - België > De slag om de Scheldebrug te Wetteren,september 1944.

De slag om de Scheldebrug te Wetteren,september 1944.

WETTEREN – De ochtend van 4 september 1944 waren de straten van Wetteren verlaten, op een paar inwoners na, die de aftocht van de laatste Duitsers door het centrum gadesloegen. Deze manschappen trokken oostwaarts en bleven aan de zuidkant van de Schelde. Er bevonden zich nog een paar Duitse soldaten op de noordelijke oever, die daar de verkeersbrug bewaakten, een houten bouwsel met drie overspanningen waarvan het middenstuk vanaf de zuidelijke oever opgehesen kon worden. Er waren voorbereidingen genomen om de brug op te blazen. Maar, toen om 11 uur het bevel gegeven werd om de ladingen te ontsteken beschadigde de ontploffing enkel de houten dekplaten. (Naderhand deden geruchten de ronde dat de draden van de ontsteking doorgesneden waren). Tegen het middaguur was het deel van Wetteren op de zuidelijke oever van de Schelde vrij van Duitse soldaten.

De eerste Engelse Cromwell arriveerde rond 15u op het marktplein, rond 16u barstte de strijd los.

Vroeg in de middag bereikte een gecombineerde Britse strijdmacht van tanks en infanterie van de 11de Armoured Division Wetteren vanuit het zuiden.
Rond 13u45 bereikte Majoor Mark Pearson van de 15de/19de Hussars, met vijf Cromwell tanks en een groep infanteristen van het 1ste Bataljon van het Hereford Regiment, op de tanks gezeten, de buitenwijken van de gemeente vanuit de richting van Massemen.

Terwijl zij door de Massemensesteenweg, Stationstraat en Florimond Leirenstraat reden, bereikten ze tegen 15 uur de Markt. Terwijl ze door een dolgelukkige bevolking verwelkomd werden,werden de tanks en infanteristen in geen tijd onder bloemen bedolven. De Britse groep bleef echter niet lang in Wetteren, ze verlieten de Markt spoedig via de Wegvoeringsstraat om hun verkenning langs de zuidelijke rivieroever voort te zetten. Er werd geen poging ondernomen om de half opgeblazen brug in te nemen of de rivier over te steken.

Een Engelse Cromwell komt vanuit de Van Cromphoutstraat, in de volksmond de Benedenstraat genoemd, de Kattestraat ingedraaid richting de brug.

Rond deze tijd, om 16 uur ’s namiddags, zag men dat een motorjacht waarop Duitse soldaten zaten, de brug vanuit het westen naderde, een paar minuten later gevolgd door een gemotoriseerde aak, de MS Aligator. De schipper ervan, Constant Van Den Poels, was opgevorderd door de Duitsers om in Oostende een Kriegsmarine depot te laden en naar Hamburg te varen. Ze voeren door het kanaal van Oostende-Brugge-Gent en bereikten Gent op 4 september. Hier wendde het konvooi zich oostwaarts naar de Schelde. Bij de brug van Wetteren verlieten een aantal Duitsers het jacht en hesen zij het middenstuk van de brug op om een vrije doorgang te bieden. Toen ze eenmaal de brug voorbij waren werd de Aligator door mannen van het verzet onder vuur genomen.

In een bocht in de rivier, een paar honderd meter verder stroomafwaarts, liep de Aligator vast op de zuidelijke oever. De aak werd meteen aangevallen door leden van het verzet en tenminste één soldaat van de Herefords. Gedurende de schermutseling sneuvelde een Duitse soldaat en werden er verschillende gewond.

Korte tijd later, nadat de verkenningsgroep van het 11de Armoured Wetteren had verlaten,werd een truck van de Wehrmacht op de Kapellendries gezien. Duitse troepen stegen uit en stelden op de dijk een machinegeweer op.
Het nieuws over de terugkeer van de Duitsers naar de brug werd door een aantal verschrikte burgers naar het stadscentrum doorgegeven en aan de feestelijkheden kwamen abupt een einde. Belgische vlaggen werden verwijderd en de mensen snelden naar binnen.

Brandweerman Willy van Heden werd er op uitgestuurd om de Britse tanks in te halen en om hulp te vragen. Van Heden snelde op zijn motor over de Wegvoeringsstraat en slaagde erin om de groep van de 15de/19de Hussars nabij Wichelen in te halen.
Majoor Pearson stemde in en zond een deel van zijn strijdmacht terug naar Wetteren. Enige tijd later naderde een Cromwell tank, gegidst door een andere brandweerman, Emiel de Sadeleir, voorzichtig de brug via de Kattestraat, een van de smalle straten die vanuit het centrum erheen leidt.
Van uit een geschikt punt opende de tank het vuur en raakte de Duitse truck. Er volgde een gigantische explosie die een klein transformatorstation naast de noordelijke oprit van de brug en enige nabijgelegen huizen vernielde. Tien burgers en enkele Duitsers verloren het leven, er waren ook verschillende gewonden. Later kwam aan het licht dat de truck met explosieven geladen was, duidelijk bedoeld voor een laatste poging om de brug te vernielen.

Met deze explosie kwam de actie te Wetteren voor deze dag tot een einde, in de verdere dagen waren er nog schermutselingen tussen Duitsers en geallieerden, waarbij nog doden en gewonden vielen, maar de de bevrijding van Wetteren was ingezet…

Acties op 5 en 6 september.

Op 5 september werden er op het gehucht “Beirstoppel” op strategische punten bezet door de Engelsen:

No.1 Troop bemande de linker sector, ongeveer 640 meter ten noord-westen van de brug. Dit bebouwde gebied aan de rand van Wetteren bestond uit straten met aan weerszijden huizen, die afgewisseld werden door tuinen en open stukken land. Daar de zwaarste gevechten zich in deze sector zouden afspelen moeten de posities van No.1 Troop in meer detail beschreven worden. De voornaamste straat was de Cooppallaan; ongeveer 73 meter ten zuiden van deze weg, tussen de rivier en parallel aan beiden lopend, lag de Peperstraat; aan de westkant werden Peperstraat en Cooppallaan door het Peperstraatje met elkaar verbonden. Aan het oostelijke uiteinde van de Cooppallaan liep een kleine weg, het Molenstraatje, terug naar de hoofdweg van de brug. Binnen de rechthoek die door Cooppallaan, Peperstraat en Peperstraatje gevormd werd, had No.1 Troop zich als volgt opgesteld:
– Sectie 1: Zeven man sterk, was in de Cooppallaan, nabij de kruising met het Molenstraatje.
– Sectie 2: Zes man was ook in de Cooppallaan, links van No.1 sectie en voor textielfabriek van Oscar Lercangée(nu Gamma).
– Sectie 3: Acht man, bevond zich ook in de Cooppallaan, links van sectie twee en nabij de kruising met het Peperstraatje. Voor de eerste, tweede en derde sectie lag een groot open terrein, waarvan een deel als voetbalveldje gebruikt werd, met een landweg, de Vennestraat, aan de andere kant.
– Sectie 4: Vijf man, bevond zich in het Peperstraatje, in de heg van een ander open terrein(plaatselijk bekend als de ‘ham’) en strekten zich uit naar de Cooppal Kruitfabriek.
– Sectie 5: Zes man, was op het ongebruikte terrein ten zuiden van het Peperstraatje, tussen de vierde sectie en de rivier.
– Om de weg die vanuit het westen kwam (Cooppallaan) in de gaten te houden werden er twee man in een schuttersputje voor de voornaamste positie van de Troop gestopt, nabij de kruising van Cooppallaan en Vennestraat.
De commandant van de Troop, Luitenant Jim ‘Dick’ Turpin, had zijn hoofdkwartier (met de Troop hoofdkwartier halftrack en jeep) in een bouw werkplaats aan de zuidkand van de Peperstraat. De plaatsvervangend commandant van de Troop, tweede Luitenant Warren,had zijn Humber verkenningswagen in dezelfde straat geparkeerd, in de buurt van de kruising met het Peperstraatje, pal tussen de vierde en vijfde sectie en 350 meter ten westen van het Troop hoofdkwartier.
Met slechts twee officieren en 39 manschappen was de Troop behoorlijk onder haar sterkte. De bewapening bestond uit drie Browning .50 machinegeweren (op de halftracks), vier Browning .30 lichte machinegeweren, vijf Brenguns en twee Piat’s.
De rest van het 4de Field Squadron was als volgt opgesteld:
– No.2 Troop bezette het part van het Chateau ‘De Vijvers’, pal noordwestelijk van de brug en aansluitend op de rechterflank van de perimeter van No.1 Troop.
– No.3 Troop hield het open terrein ten oosten van de No.2 Troop (op de noordelijke oever), met een kleiner detachement op de zuidelijke oever die de toegangen vanuit het westen controleerde.
Het plein tegenover de brug op de zuidelijke oever, Moerstraat, de Markt, en Wegvoeringstraat tot aan het klooster, werden bewaakt door een samengestelde groep die bestond uit het Squadron hoofdkwartier en elementen van elk van de Troops.
Twee 17-ponder anti-tankkanonnen van het 65ste Anti-Tank Regiment van de divisie waren aan het 4de Field Squadron toegevoegd: een kanon was pal ten oosten van de noordelijke oprit van de brug opgesteld (binnen de perimeter van No.3 Troop), en de andere langs de Peperstraat bij sectie 5 van No.1 Troop.
Er werden radioverbindingen tussen de verschillende Troops en het Squadron hoofdkwartier geopend. Elke Troop zette wachtposten uit. De mannen die geen andere taken hadden kregen waren vrij om de geneugden van de stad te gaan verkennen. Die avond had vrijwel elk café in de stad haar quota van ‘Tommies’ die gratis drank kregen. Naarmate de nacht viel, kreeg Wetteren langzamerhand een meer sobere atmosfeer en keerden de mannen terug naar de gebieden van hun Troop.
Die avond werden meer naar het noorden tekenen duidelijk die wezen op een Duitse tegenzet. Tegen 21.00u had het 5de RIDG haar doel bereikt en de ontsnappingsroutes vanuit Gent afgesneden: A Squadron (Majoor John Ward-Harrison) had de weg van Gent naar Lokeren en B Squadron (Majoor Tony Leavey) had de weg van Gent naar Overmere afgesneden. Gedurende de nacht had Grenadier-Regiment 1020 van de Duitse 70. Infanterie Division(die vanuit Walcheren versneld naar het zuiden gehaald was om een nieuwe verdedigingslinie langs de Schelde ten westen en oosten van Gent in te richten) een onsuccesvolle aanval op B Squadron gelanceerd in een poging om de haar toegewezen sector (Heusden-Wetteren-Wichelen) langs de rivierlinie te bereiken. De Inniskillings, die A Compagnie van het 1ste/6de Queens als infanterie ondersteuning hadden, sloegen de aanval af. De Duitse regimentscommandant was dermate zwaar gewond, dat de Kampfkommandant van Gent, Generalmajor Walter Bruns, tijdelijk het bevel over hert regiment over moest nemen.

In de nacht van 5 op 6 september, startten de Duitsers, rond 01.00u, hun aanval om de Brug terug in hun bezit te krijgen, de zware strijd zou tot laat in de namiddag duren waarbij 5 Engelsen het leven lieten.

7 september.

De volgende dag betrokken de mannen van het 4de Field Squadron huizen en maakten het zich gemakkelijk. De plaatselijke bevolking was bijzonder vrijgevig en het merendeel van de mannen werd wel ergens opgenomen. ‘Wij begonnen Wetteren al ons tweede huis te zien’, herinnert Robert Warren zich.
Die avond beschoot Duitse artillerie Wetteren tussen 18.00 en 21.30u als vergelding voor het verlies van de brug, waarbij drie burgers gedood werden en nog eens drie gewond raakten.
Het Squadron werd door de divisie commandant, generaal Verney, gefeliciteerd en de bevolking van Wetteren uitte hun dank voor hun burgemeester, Jozef Du Chateau.
Voor zijn aandeel in de actie kreeg luitenant Turpin het Military Cross, korporaal Stuckfield, de kanonnier-sereant van het 65ste Anti-Tank Regiment en squadron sergeant-major Clayton van het 5de RIDG ontvingen de Military Medal.
De drie mannen van het 4de Field Squadron die in het hospitaal ‘de Kliniek’ in de Wegvoeringstraat waren overleden werden in het begin in de plaatselijke begraafplaats bijgezet. Later zijn zij overgebracht naar de Britse oorlogsbegraafplaats te Heverlee. De twee mannen die in het mobiele veldhospitaal overleden waren zijn in de oorlogsbegraafplaats van Leopoldsburg begraven.

In memorian.

Leden van 4de Field Squadron, Royal Engineers, die bij de brug van Wetteren sneuvelden.

– Genist Anthony Francis Schofield, 6 september, 19 jaar
– Soldaat 1ste klas Douglas Edmund Crutchley, 6 september, 25 jaar
– Genist Hedley Richard Alway, 6 september, 24 jaar
– Korporaal William James Howkins, 7 september, 30 jaar
– Chauffeur William Allen, 10 september, 27 jaar

Nawoord.

Mijn grootvader heeft deze drie dagen als jongen van 11 jaar meegemaakt.
Vanuit het keldergat hebben zijn moeder en hij de strijd kunnen gadeslaan. Een paar huizen verder zaten Duitse sluipschutters.
Hij heeft gezien hoe soldaat 1ste klas Crutchley neergeschoten werd.
Aan het toenmalige ouderlijk huis in de Vennestraat waar ze woonden, zie je nog de sporen van de kogels die in de muren insloegen.

In de Vennestraat is er weinig verandert, het braakliggend veldje ligt er nog zoals 67 jaar geleden, het huis waar mijn grootvader woonde staat er nog en draagt nog steeds de sporen van kogelinslagen.

Mijn grootvader denkt daar soms nog aan:
Ik citeer: “Dat wit laken aan ons huis, dan snel de kelder in, mijn moeder doodsbang, ikke die niet van dat keldergat weg te slaan was, want ik wilde niks missen. Ik had al genoeg marcherende Duitsers gezien, maar nog nooit zien vechten.
En toen….die Tommy….zag hem neervallen…(lange stilte)……ik heb naar zijn begrafenis geweest…voor mij was dit een held…

In 2007  heb ik, samen met mijn grootvader, aan het graf van soldaat 1ste klas Crutchley gestaan……voor hem en mij was dit een emotioneel moment, om aan het graf te staan van de man die mijn grootvader zag sneuvelen……

Bronnen: Tijdschrift ’40-’45 Toen en Nu, mijn grootvader.

 

Advertisements
Categorieën:WW II - België
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: