2015 herzien

30 december 2015 Een reactie plaatsen

De statistieken hulpaapjes van WordPress.com heeft een 2015 jaarlijks rapport voor deze blog voorbereid.

Hier is een fragment:

In een New York City metro-trein passen 1.200 mensen. Deze blog werd in 2015 ongeveer 6.200 keer bekeken. Als je blog een NYC metro-trein zou zijn, zou die ongeveer 5 reizen nodig hebben voordat die zoveel mensen zou kunnen vervoeren.

Klik hier om het complete rapport te bekijken.

Categorieën:Algemeen

Savoia-Marchetti SM.75 Marsupiale

1 augustus 2015 Een reactie plaatsen

2610L

De Savoia-Marchetti SM.75 Marsupiale (buideldier) werd ontworpen als reactie op een verzoek om informatie van de Italiaanse luchtvaartmaatschappij Ala Littoria, die op zoek was naar een modern lijn- en vrachtvliegtuig voor de middellange en lange afstand ter vervanging voor haar Savoia-Marchetti SM.73.

Voor de SM.75 ging chef-ontwerper Alessandro Marchetti uit van het basisontwerp van de Savoia-Marchetti SM.73, maar hij introduceerde een intrekbaar onderstel om de luchtweerstand te verminderen. Het vliegtuigcasco van de SM.75 bestond uit een stalen buizenframe met stof en multiplex bekleding, de roer- en stuurvlakken waren met multiplex bedekt. De SM.75bishad een vierkoppige bemanning en bood plaats aan maximaal 25 passagiers. Hij was uitgerust met drie Alfa Romeo 126 RC.34-radiaalmotoren, die elk een vermogen hadden van 559 kW (750 pk) op 3.400 meter hoogte. Zijn korte startlengte van 337 meter en nog kortere landingsafstand van 280 meter betekende dat het vliegtuig geschikt was voor secundaire vliegvelden met korte start- en landingsbanen.

In november 1937 vloog de SM.75 voor het eerst vanaf Novara in Piedmont. Het vliegtuig maakte zijn eerste commerciële vlucht bij Ala Littoria in 1938 en bij LATI in 1939, en deed dienst binnen Europa en op vluchten naar Zuid-Amerika, alsook op de route Rome-Addis Abeba na de invasie van Italië.

Varianten

* SM.75bis: Versie met drie Alfa Romeo 126 RC.18-radiaalmotoren, met elk een vermogen van 641 kW (680 pk), 11 gebouwd.

* SM.75 GA (Grande Autonomia/groot bereik): Verbeterde versie van de SM.75 het vliegtuig was uitgevoerd met drie Alfa Romeo 128-radiaalmotoren van 641 kW (861 pk), een krachtige radio en reservebrandstoftanks om het vliegbereik te vergroten tot 7.000 km bij een lading van 1.100 kg. Met een vier- of vijfkoppige bemanning en 200 kg lading kon de SM.75 GA een afstand van 8.005 km overbruggen bij 298 km/h op een hoogte van tussen de 3.500 en 5.000 meter.

* SM.76: In 1939 ontving de Italiaanse luchtvaartmaatschappij LATI haar eerste SM.75. Het vliegtuig werd in 1940 omgedoopt tot SM.76.

* SM.82: De Regia Aeronautica (Italiaanse Koninklijke Luchtmacht) toonde een warme belangstelling voor de SM.75, reden waarom er een militaire versie van werd ontwikkeld. Bij deze militaire versie ontbraken de ramen in de passagierscabine, maar zij was uitgerust met een versterkt paneel om de installatie van een geschutskoepel boven op de romp mogelijk te maken. Het model was uitgerust met drie Alfa Romeo 128 RC.21-radiaalmotoren en had een grotere vrachtcapaciteit dan de SM.75.

* SM.87: Versie van de SM.75 met drijvers. Het vliegtuig, bekend als de SM.87, werd aangedreven door drie Fiat A.80-motoren van elk 746 kW (1000 pk). Het kon een snelheid van 365 km/h halen, had een plafond (maximale vlieghoogte) van 6.250 m en een bereik van 2.200 km en kon een vierkoppige bemanning plus 24 passagiers vervoeren. Er werden er vier van gemaakt.

*SM.90: Versie van de SM.75 uitgerust met krachtiger Alfa Romeo 135 R.C.32-radiaalmotoren van 1.044 kW (1.400 pk) per stuk. Dit model had een langere romp dan de SM.75. Er werd er maar één van gebouwd.

In Musea

Een Savoia-Marchetti SM.82 is te zien in het Museo Storico dell’Aeronautica Militare in Vigna di Valle aan het meer van Bracciano. Het museum bevindt zich op een voormalige militaire basis voor watervliegtuigen en wordt beheert door het Italiaanse leger. Het museum is een van de grootste van Italië met 51 toestellen, waaronder de toestellen die deelnamen aan de Schneider Trofee.

Specificaties

Type Militair transport-/ Passagiersvliegtuig
Land van herkomst Italië
Bouwfirma Savoia Marchetti
Ontwerp Alessandro Marchetti
Productie (eerste vlucht / In gebruik / in dienst) 1937 / 1938 /
Gebruiker(s)
Specificatie

Afmetingen (lengte / spanwijdte / hoogte / vleugeloppervlak) 21,895 m / 29,693 m / 5,410 m / 118,550 m²
Gewicht (leeg / max. startgewicht) 9480 kg / 14.470 kg
Motor(en) 3 × Alfa Romeo 126 R.C.34 9-cyl luchtgekoelde radiaalmotoren van 560 kW (750 pk) of 3 x Piaggio P.XI R.C.40 14-cyl radiaalmotoren van 740 kW (1000 pk)
Prestaties (snelheid / plafond / bereik) 369 km/u / 6998 m / 2279 km
Bewapening geen
Bemanning 2
Gebouwd 90
Gebruik (Landen) Militair: Italië, Hongarije, Duitsland /Civiel: Italië, Hongarije

2014 herzien

10 januari 2015 Een reactie plaatsen

De statistieken hulpaapjes van WordPress.com heeft een 2014 jaarlijks rapport voor deze blog voorbereid.

Hier is een fragment:

In een New York City metro-trein passen 1.200 mensen. Deze blog werd in 2014 ongeveer 8.100 keer bekeken. Als je blog een NYC metro-trein zou zijn, zou die ongeveer 7 reizen nodig hebben voordat die zoveel mensen zou kunnen vervoeren.

Klik hier om het complete rapport te bekijken.

Categorieën:Algemeen, Geen categorie

Dassault Mirage IV

15 augustus 2014 Een reactie plaatsen

In 1954 besloot de Franse regering een Force de Frappe (aanvalsmacht) op te richten als hoofdelement van het nucleaire afschrikkingsvermogen. Hiervoor was een bemande bommenwerper nodig die het AN22-wapen, een in Frankrijk ontwikkelde vrijeval kernbom, kon afwerpen.

Dassault was in die jaren bezig met het ontwerp van de Dassault Mirage III onderscheppingsjager met een SNECMA Atar 101G-1 turbojetmotor en een SEPR raketbooster en de Mirage IV, een zware jager met twee Atar 9 turbojets. Uiteindelijk werden alle voorgestelde varianten van de Mirage IV jager gelaten voor wat ze waren. Toch was niet alles verspilde moeite geweest voor Dassault. De Mirage IVC zou de basis gaan vormen voor een middelzware strategische bommenwerper voor de Franse luchtmacht. Na een jaar werk waarin gepoogd werd de Mirage IVC tot een dergelijk oorlogstoestel om te bouwen, kwam Dassault tot de terechte conclusie dat een grotere afmeting en gewicht noodzakelijk waren voor de door de Franse luchtmacht gestelde eisen aan oorlogslading, snelheid en bereik.

mirage-fiv-faf-cf-800

Mirage bommenwerper

Dit grotere type zou worden voortgestuwd door 2 Pratt & Whitney J75-B turbojets, maar de Franse luchtmacht besloot vervolgens dat bijtanken in de lucht belangrijk was voor een groot bereik. Dit leidde tot de aanschaf van twaalf Boeing C-135F tankvliegtuigen ter ondersteuning van de bommenwerperparen, waarvan er één de atoombom meevoerde en de andere ewtra brandstof.

De bommenwerper die uiteindelijk voor deze rol ontwikkeld werd, was de Mirage IVA. De grote deltabommenwerper makte op 17 juni 1959 zijn eerste vlucht. De navigator/systeemoperator zat in een kleine cabine met nauwelijks ramen achter de cockpit van de piloot. Het type had twee Atar 9 turbojets met naverbranders in de achterromp. Het onderstel was versterkt zodat de Mirage IVA overal ter wereld ingezet kon worden, bijvoorbeeld vanaf onverharde startbanen met behulp van losse startraketten (RATO). Onverharde banen werden dan harder gemaakt met een chemische stof.

Het prototype werd gevolgd door drie iets grotere prototypes. Het eerste hiervan vloog in oktober 1961 met twee 62,76 kN Atar 9C turbojets met naverbranders. Het derde vloog in januari 1963 mat Atar 9K-50 turbojets, een tanksrang op de neus, operationele avionica en de mogelijkheid voor bewapening. De eerste van 62 Mirage IVA bommenwerpers werden in 1964 in dienst genomen, met een Thompson-CSF DRAA 8A surveillanceradar, Marconi Doppler navigatie, Dassault missiecomputer en de mogelijkheid voor het meevoeren van één AN22 atoombom. Een alternatieve lading kon bestaan uit zestien conventionele 450-kg bommen of 4 AS37 (Martel lucht-grond raketten).

Midden en eind jaren tachtig, toen geleide lucht-grondwapens steeds meer in zwang kwamen, werden 19 Mirage IVA bommenwerpers omgebouwd voor het meevoeren van de ASMP-middellangeafstandsraket (Air Sol Moyenne Portee). De toestellen hierna omgedoopt tot Mirage IVP. Dit type was geoptimaliseerd voor penetratie van het vijandelijk luchtruim op geringe hoogte met behulp van de nieuwe Thompson-CSF Arcana radar, verbeterde navigatie-, elektronische waarschuwings- en aanvalsapparatuur, zoals de Thompson-CSF Serval RWR (Radar Warning Reciever) en het Sagem Uliss gyrogestabiliseerde navigatiesysteem, en de chaff/flaredispensers aan ophangpunten onder de vleugeltips.

Strategische verkenning

Zo’n twaalf Mirage IVP’s werden geconverteerd voor de strategische verkenningsrol met speciale navigatiemiddelen, een verbeterd elektronisch waarschuwingssystem en specifieke sensorsystemen. Tot deze laatste behoorde de CT52 pod, die in de ruimte onder de romp past waar voorheen de AN22 verborgen lag, en die verticale, schuin- en voorwaarts gerichte camera’s heeft (doorgaans drie Omega 35 camera’s voor de lage hoogte en drie Omega 36 camera’s voor de grote hoogte) of een SAT Super Cyclope infrarood lijnscanner in plaats van de Omega 36 camera’s. Eind 2002 waren er nog vier of vijf van deze verkenningstoestellen in gebruik.

Varianten

  • Mirage IV: Basismodel gebaseerd op de Dassault Mirage II.
  • Mirage IVA: Productiemodel voor grote hoogte.
  • Mirage IVR: Een IVA geconverteerd voor strategische verkenning.
  • Mirage IVP: Een IVA geconverteerd voor het afwerpen van kernbommen

Specificatie

Type Supersonische bommenwerper
Land van herkomst Frankrijk
Bouwfirma Dassault Aviation
Ontwerp
Productie (eerste vlucht / In gebruik / in dienst) 1959 / 1961 / 1964-1999
Gebruiker(s) Armée de l’air
Specificatie

Afmetingen (lengte / spanwijdte / hoogte / vleugeloppervlak) 23,5 m / 11,85 m / 5,65 m / 78 m²
Gewicht (leeg / max. startgewicht) 14.500 kg / 33.475 kg
Motor(en) 2x SNECMA Atar 9K-50 turbojets van 70,61 kN met naverbranding
Prestaties (snelheid / plafond / bereik) kruissnelheid: 1913 km/u – Max. snelheid: 2338 km/u / 20.000 m / 1240 km – met externe tanks 4000 km
Bewapening 2x AN21/22 kernwapen / 4x AS.37 Martel-raket / 2x ASMP-kernraket
Bemanning 2
Gebouwd 62
Gebruik (Landen) Frankrijk
Categorieën:Vliegtuigen.

KV-1

In 1938 waren de Russen toe aan een opvolger voor de T-35 zware tank. Verschillende ontwerpbureaus werden benaderd, waarvan er vele een voorkeur bleken te hebben voor ontwerpen met meer koepels. De meeste prototypes hadden er in elk geval twee. Eén ontwerpteam presenteerde echter een zware tank met één koepel, die werd genoemd naar Klimenti Vorosjilov, de toenmalige commissaris voor defensie.Deze ”’KV-1”’ was veel mobieler dan de andere voorstellen en werd in 1940 in de praktijk getest tijdens de veldtocht tegen Finland. De tank had in die vorm een kort 76,2-mm kanon, drie of vier 7,62-mm mitrailleurs en een bepantsering tot 100 mm dikte.

De KV-1 werd in productie genomen als de KV-1A‘ met een lang 76,2-mm kanon en de KV-2 met een grote koepel met vlakke zijden met aanvankelijk een 122-mm en later een 152-mm houwitser. De hoge en loodzware koepel maakte te tank echter instabiel, en de KV-2 (en de verbeterde KV-2B) maakten dan ook geen furore op het slagveld. Met de KV-1 was de toekomst van de Russische tank voorlopig bepaald. De KV-1 was een reus van een tank die jarenlang dienst deed bij het Rode Leger. Hij werd vaak ingezet als aanvalstank om door linies heen te stoten. De KV-1B had een extra 25-35 mm aan bepantsering op de neus en de flanken. De koepel evolueerde van een plaatconstructie tot een gegoten component, die op de KV-1C ook extra bescherming bood. Veel van de extra bepantsering werd simpelweg op de tank geklonken.

Kv-1-heavy-tank-05

Ander geschut

De KV-1 was te zwak bewapend voor zijn omvang maar het plan om een 107-mm kanon te installeren, kwam nooit voorbij de testfase. Het 76,2-mm kanon werd verlengd en het lompe 152-mm kanon werd snel weer afgeschaft. Na 1943 ontstond met de inbouw van een 85-mm kanon de KV-85.

De KV-1 had aanvankelijk ernstige transmissieproblemen, die echter grotendeels werden opgelost. De toename van het motorvermogen hield geen gelijke tred met de gestage verzwaring van de bepantsering, al had de KV-1C 74,6 kW extra aan boord. Veel tanks haalden de verwachte snelheid niet. Daarom werd op een klein aantal KV-1S (Skorostnoi, snel) tanks alle extra bepantsering weer verwijderd om de snelheid op te voeren. Een praktisch probleem was dat de commandant ook lader was, waardoor hij niet altijd tijd had om de tactische situatie rond de tank te beoordelen.

Varianten

  • KV-1:
    • Model 1939: Eerste productiemodel, bewapend met een 76,2-mm L-11 kanon, 141 gebouwd.
    • Model 1940 KV-1A: Het productiemodel ten tijde van de Duitse invasie, bewapend met een 76,2-mm F-32 kanon.
    • Model 1940 s ekranami KV-1E, met extra bepantsering.
    • Model 1941 KV-1B: zwaarder bepantserd en was bewapend met het langere 76,2-mm F-34 en later het ZiS-5 76,2-mm kanon.
    • Model 1942 KV-1C: Volledig gegoten toren met dikkere bepantsering of gelaste toren met dikker pantser, zwaardere bepantsering van de romp en een verbeterde motor en het 76,2-mm ZiS-5 tank kanon.
  • KV-1S: Een lichtere variant van het Model 1942, dunnere bepantsering waardoor de snelheid werd opgedreven, een kleinere gegoten toren en een nieuwe achterkant van de romp.
  • Panzerkampfwagen KV-IA 753(r) en Panzerkampfwagen KV-IB 755(r): KV-1 in Duitse dienst, sommige waren uitgerust met het snelvurend KwK 40 L/43 75-mm kanon, hetzelfde kanon dat gebruikt werd in de Panzerkampfwagen IV Ausf F2.
  • Op de KV-1 gebaseerde modellen:
    • KV-1V: Zware aanvalstank bewapend met de 152-mm houwitser M1938 (M-10), door de grote van de toren was hij trager dan de oorspronkelijke KV-1. De door de Duitsers veroverde exemplaren kregen de naam(Sturm)Panzer kampfwagen KV-II 754(r).
    • T-150 (Object 150): Experimentele tank met zwaardere bepantsering en een motor van 700 pk. De toren had een koepeltje. Het prototype ging verloren tijdens het beleg van Leningrad.
    • KV-3 (Object 221, 222 en 223): Experimentele tank met een langer chassis. Het eerste (Object 221) werd nooit gebouwd, maar zou een 85-mm kanon gehad hebben. Het tweede (Object 222) werd ook nooit gebouwd,dit zou het F32 76.2-mm gehad hebben. Het derde (Object 223) werd wel gebouwd en werd getest met gewichten aan de toren, die speciaal was ontworpen voor het 107-mm ZiS-6 kanon. De romp had een bepantsering tot 120-mm. De productie zou in 1941 starten, maar de Duitse invasie stopte dit plan en het enige exemplaar werd daarbij vernield.
    • KV-4 (Object 224): Project voor een superzware tank, er waren 20 verschillende ontwerpen, maar bij het uitbreken van de oorlog geannuleerd. De versies zouden tussen de 85 en 110 ton wegen, een bepantsering tussen 120 en 190 mm hebben. De hoofdbewapening zou een 107-mm ZiS-6 geweest zijn en de secundaire bewapening een 47-mm of 76-mm kanon, machinegeweren of vlammenwerpers.
    • KV-5 (Object 225): Een geannuleerd project voor een superzware tank, het project werd stopgezet door de start van het beleg van Leningrad.
    • KV-6 (Object 226): Order gegeven aan de Chelyabinsk Tractoren Fabriek om een KV-1 om te bouwen met een bepantsering van 90 mm en een 76-mm kanon, bestat enkel op papier.
    • KV-7 (Object 227): Experimentele zelf rijdend geschut gebaseerd op de KV-1 bewapend met drie kanonnen, twee 45-mm model 1932/34 en een 76-mm F-34, de frontbepantsering was 100 mm. Er werd 1 exemplar gebouwd en getest in 1941. Deze versie werd ook de U-13 genoemd.
      • KV-7-2: Opgewaardeerde versie van de KV-7, ook U-14 genoemd, deze had twee 76-mm F-34 kanonnen. Na de flop met de KV-7 werd er besloten om er een 152-mm in te plaatsen, dit ontwerp leidde tot de SU-152.
    • U-18: Experimenteel zelf-rijdend geschut, een KV-7 bewapend met een 152-mm ML-20 houwitzer. de bouw van een houten model startte in 1941, maar geannuleerd, dit was een eerste stap naar het SU-152 ontwerp.
    • U-19: Experimenteel zelf-rijdend geschut met een 203-mm B-4 kanon. Het had een bepantsering vooraan van 75 mm, de zijkanten waren 60 mm dik en het dak 30 mm, de dakplaat kon worden verwijdert om het laden van munitie te vergemakkelijken. De tank woog 66 ton, maar het project werd geannuleerd.
    • SU-152: Zelf-rijdend geschut op het chassis van de KV-1S, latere modellen hadden een IS chassis en kreeg de naam ISU-152.
    • ZiK-20: Bijna identiek aan de U-19, maar zwaarder bepantserd en met een ML-20 kanon, toen het houten model klaar was, was de KV-1 al uit productie. Net voordat het zou gecancelled worden werd en een plan gemaakt met een Br-2 152.4-mm aan boord.
    • SU-203: SU-152 bewapend met een 203-mm M-4 mortier, nooit gebouwd.
    • KV-8 (42): Een KV-1 bewapend met een ATO-41 vlammenwerper in de toren. Het 76-mm kanon werd vervangen door een 45-mm M1932 kanon.
      • KV-8S: Identiek aan de KV-8 maar gebasseerd op de KV-1S, en bewapend met een ATO-42 vlammenwerper.
      • KV-8M: Opgewaardeerde versie van de KV-8S, bewapend met 2 vlammenwerpers, 2 prototypes gebouwd.
    • KV-9 (Object 229): Een KV-1 bewapend met een 122-mm U-11 kanon.
    • KV-10 (Object 230): Beter bekend als de KV-1K. A, met 4 raketlanceerders langs de romp met elk 2 132-mm M-13 raketten. Eerdere varianten hadden aan de achterkant raketlanceerders met 6 raketten.
    • KV-11 (Object 231): KV-1 met een 85-mm F-30 kanon.
    • KV-12 (Object 232): Experimentele chemische tank, was voorzien van vier externe tank aan de achterkant.
    • KV-13 (Object 233): Prototype voor een middelzware tank, ontworpen als opgewaardeerde versie voor de KV-serie, wat resulteerde in de productie van de IS-tank.
      • IS Model 2: Een KV-13 met de toren en bewapening van de KV-9, een prototype werd in 1943 getest, maar de tank werd opzij gezet ten voordele van de IS Model 1 tank.
    • KV-14 (Object 236): prototype voor een 152-mm zelfrijdend geschut, in dienst genomen als de SU-152
    • KV-85: een KV-1S met een 85-mm D-5T kanon in een nieuwe toren. De mitrailleur in de romp was verwijderd.
      • KV-85G: KV-1S met een 85-mm S-31 kanon, geen productie.
      • KV-152: KV-1S met een kort 152-mm kanon, enkel prototype.
      • KV-100: KV-85 met een 100-mm D-10T kanon, enkel prototype.
      • KV-122: KV-85 met een 122-mm D-25T kanon, enkel prototype.
    • KV-220 (Object 220): Experimentele tank gebaseerd op de KV-1, maar met een langer chassis, zwaarder bepantserd en een nieuwe 850-pk zware V-2SN motor. Had een nieuwe toren met een 85-mm F-30 kanon. Een prototype gebouwd maar vernietigd.

Specificatie

Type Zware gevechtstank
Land van herkomst Sovjet-Unie
Bouwfirma Kirov Factory ChTZ
Ontwerp Zhozef Kotin
Productie (ontwerp / productie / in dienst) 1939 / 1939-1943 / 1939-1945
Gebruiker(s) Sovjet-Unie
Specificatie

Afmetingen (lengte / breedte / hoogte) 6,75 m / 3,32 m / 2,71 m
Gewicht 45 ton
Motor(en) Kharkiv model V-2 V-12 dieselmotor van 600 pk (450 kW)
Prestaties (snelheid / bereik) 35 km/u / 335 km
Bewapening M-41 ZiS-5 kanon van 76-mm / 3 of 4 Degtyaryov machinegeweren van 7.62-mm
Doorwaaddiepte
Hellingshoek 36°
Verticaal obstakel 1,2 m
Overschrijdend vermogen 2,59m
Bemanning 5
Gebouwd 5219
Gebruik (Landen) Sovjet-Unie

USS Arizona (BB-39)

De bouw van de USS Arizona (BB.39) ging in maart 1914 van start. In juni 1915 volgde de tewaterlating en het schip werd na afbouw in oktober 1916 opgeleverd. Tegen het eind van WO I stak het de Atlantische Oceaan over, om zich bij de Britse zeemacht te voegen. Vervolgens werd het schip ingezet om vanuit Frankrijk Amerikaanse soldaten te repatriëren. In de periode 1929-1931 vond een modernisatie plaats. Op 7 december 1941 werd de Arizona ingedeeld bij de Pacific Fleet en kreeg een ankerplaats op Battleship Row, de rede van Pearl Harbor.

Na een korte trip naar de Middellandse Zee in april-juli 1919 ging het schip in een haven aan de Amerikaanse oostkust voor anker. Vanaf 1921 voer het schip acht jaar bij de Stille-Oceaanvloot. Na de modernisatie in 1929 maakte president Hoover er een trip mee langs de West-Indische eilanden. Het slagschip voer door het Panamakanaal terug naar de Stille-Oceaanvloot. Daar zou het de rest van zijn operationele leven blijven.

BB-39_ARIZONA9

Pearl Harbor

De Japanse vliegtuigen die de eerste luchtaanval op Pearl Harbor uitvoerden, hadden geen enkele moeite om een doel uit te kiezen. Op Battleship Row lagen maar liefst zeven Amerikaanse slagschepen voor anker. Aan de zeezijde waren dat de USS Oklahoma (BB-37), de USS West Virginia (BB-48)  en het reparatieschip USS Vestal (AR-4). Aan landzijde lagen de USS Maryland (BB-46), de USS Tennessee (BB-43), de USS Arizona en de USS Nevada (BB-36) voor anker. De USS Arizona werd het eerst getroffen door een torpedo en acht bommen. Dit veroorzaakte op het schip een fikse brand. Zeewater stroomde door grote gaten in de romp naar binnen. Een bom van 725 kg drong om 8.10 uur door het gepantserde dek en ontplofte in het voorste munitiemagazijn. Dit blies het schip compleet op. Van de bemanning konden 1177 man niet wegkomen en kwamen om. Tot de slachtoffers behoorden schout-bij-nacht Kidd en kapitein Van Valkenburgh.

Bergingsteams trachtten later het schip te lichten, maar de schade was onherstelbaar. Wel kon men nog twee geschutstorens met elk drie 14-inch kanons redden. Die kanons werden verwijderd en op land als kustbatterij geïnstalleerd. De romp werd later tot nationaal monument uitgeroepen ter herdenking van alle bemanningsleden die bij de aanval omkwamen en de schepen die werden vernietigd. De Arizona werd van een betonnen overkapping voorzien. Een oliespoor laat zien dat er nog steeds brandstof uit de tanks lekt.

Het zusterschip van de Arizona, de USS Pennsylvania (BB.38), lag tijdens de aanval in een droogdok. Een enkele treffer door een bom veroorzaakte schade. Na reparatie werd dit slagschip opnieuw bij de Stille-Oceaanvloot ingedeeld. Het schip kwam in de hele Stille Oceaan in actie tot de Japanse overgave in 1945.

Tegen het einde van de oorlog werd het schip beschadigd door een vliegtuigtorpedo. De Pennsylvania overleefde de aanval en werd in 1946 als doel gebruikt bij proefnemingen bij de Bikini-eilanden met kernwapens.

Monument

De gezonken USS Arizona werd officieel “opgelegd” te Pearl Harbor op 29 december 1941. Bijna een jaar later werd de Arizona voorgoed geschrapt van de Naval Vessel Register op 1 december 1942. Haar wrak was gezonken met een klein gedeelte nog boven water. Haar achterbatterijtorens, toren III (C) en IV (D) werden verwijderd ter vervanging als kustverdediging. Men probeerde nog het scheepswrak te lichten, maar men kreeg de Arizona alleen maar terug horizontaal op de havenbodem. De verhakkelde bovenbouw werd verwijderd en de nog bruikbare stukken werden ontmanteld voor verdere militaire doeleinden. De A-toren vooraan, bleef onder water steken en was achteraan beschadigd door de explosie van het munitieruim. Nu nog steken de drieloopskanonnen dreigend naar voor, maar dan onder water.

Het wrak van de USS Arizona herinnert te Pearl Harbor, een memorial, tot het volk van haar bemanningsleden op die decembermorgen in 1941. Op 7 maart 1950, laat admiraal Arthur W. Radford, Commandant en Opperbevelhebber van de Pacificvloot, in die periode een gereedgekomen en kleurrijk bouwsel herrijzen over Arizona’s wrakoverblijfsel en maatregelen werden er getroffen, gedurende de regeringsperiode van president Dwight D. Eisenhower en John F. Kennedy. Zij verklaarden het wrak als een nationaal oorlogsgedenkmaal. Een wit monument werd gebouwd en opgedragen, op 30 mei 1962 voor de vele gevallen slachtoffers. Duizenden bezoekers hebben in de loop der jaren het Arizona-monument bezocht waaronder zeer veel oorlogsveteranen. De oude veteranen van de Arizona staan met betraande ogen naar de vele vergulde namen op de witmarmeren muurlijst te kijken. Daartussen vinden ze zeker namen bij van gesneuvelde kameraden en vrienden. Velen hebben ondanks hun verwondingen, het nog overleefd en danken nu de voorzienigheid dat ze dit Arizona-monument nog mogen en kunnen bezoeken…

De aankomende en vertrekkende marineschepen, van welke formaat of grootte, ook ongeacht buitenlandse bezoekende mogendheden, groeten bij het passeren met hun schip, het Arizona-monument voor de gevallen zeelieden. In saluerende houding staan de officieren en matrozen bij het voorbijvaren. Dit is een protocol dat formeel wordt ingeluid en strikt wordt nageleefd.

Het monumentale wrak ligt nu al decennia lang onder water, en begint nu stilaan meer stookolie te verliezen uit zijn bunkertanks. Men schat dat er nog voor vele tonnen stookolie, in de nu verroeste bunkertanks zit. Men heeft ze nog niet willen uitpompen. De Amerikanen beschouwen dit als de vele tranen van de gesneuvelden en van het schip zelf. De bezoekers aan het monument zien langs de resterende open torengaten de stookolie ronddrijven. Om de hoeveelheid olie in te perken werd een gordelband rondom het wrak gelegd, om verdere olieverspreiding in de marinehaven in te dammen. Duikerteams hebben het wrak aan de buitenkant onderzocht. Resterende drieloopskanonnen op het voordek, dreigen nog altijd vooruit, al zijn ze met zeealgen en -mos begroeid. Met behulp van een mini-duikbootrobot, uitgerust met zoeklicht en een camera, werd de USS Arizona binnenin onderzocht. Men kon in één van de vele officierskajuiten binnenvaren met de mini-onderzeeër. Daar zag men nog de wastafel met intacte spiegelkast, een “witte” telefoon, kleerhangers in een kleerkast en een open boekenkast, met nog papieren erin. Voor een duiker is het levensgevaarlijk, zich in deze duistere doolhofgangen van het voormalige slagschip, te begeven. Moesten de bunkertanks toch doorbreken, dan betekent dat een olieramp voor de marinehaven van Pearl Harbor.

Specificatie

Type Slagschip van de Pennsylvania klasse
Land van herkomst Amerika
Bouwfirma Brooklyn Navy Yard
Ontwerp
Productie (kiel / te water / in dienst) 1914 / 1915 / 1916
Gebruiker(s) US Navy
Specificatie

Afmetingen (lengte/breedte/diepgang) 185,32 m / 29,56 m / 8,76 m.
Bepantsering pantsergordel: 356 mm / dek: 203 mm / geschutstorens: 229-457 mm.
Bewapening 4 x 3: 14″/45 kanons, 22 x 1: 5″/51 kanons, 4 x 1: 3″/50 AA-kanons, 2 x 533-mm torpedobuizen.
Vliegtuigen
Voortstuwing 4x Pearsons stoomturbines, 12x Babcock & Wilcox waterboilers van 21.898 kW naar vier schroefassen
Waterverplaatsing 29.626 standaard / 32.429 volgeladen.
Snelheid/Bereik 21 knp / 8000 zeemijl
Bemanning 915
Einde Tot zinken gebracht tijdens de aanval op Pearl Harbor, 7 december 1941

Categorieën:Schepen, Wereldoorlog II

2013 in review

31 december 2013 Een reactie plaatsen

The WordPress.com stats helper monkeys prepared a 2013 annual report for this blog.

Here’s an excerpt:

A New York City subway train holds 1,200 people. This blog was viewed about 8,000 times in 2013. If it were a NYC subway train, it would take about 7 trips to carry that many people.

Click here to see the complete report.

Categorieën:Algemeen